Meten = weten | 08-04-2009 |
TYPERING MODULE
Ontwikkeld voor
Vwo 4 Docentenhandleiding Leerlingenhandleiding
Leerstofgebied
Ontwerpen, onderzoeken, (a)biotische factoren
Omvang
11 lessen van 50 minuten en een toets (50 minuten)
Didactische typering
In de aanleercontext maken de leerlingen aan de hand van een ontwerpopdracht kennis met de biologische kennis en vaardigheden waarover een tuinarchitect moet beschikken. In de oefencontext worden onderzoeksvaardigheden verder geoefend bij het schrijven van een onderzoeksvoorstel. Beide contexten zijn redelijk zelfstandig te doorlopen door de leerlingen.
Korte omschrijving van de lessenserie en de gebruikte contexten
Bij het ontwerpen van een tuin heeft een tuinarchitect de nodige biologische kennis en vaardigheden nodig. Zo zal zij of hij bijvoorbeeld een beeld moeten vormen van de abiotische factoren ter plekke door middel van routineonderzoek. Daarnaast is enige kennis van biologische naamgeving onontbeerlijk. Deze context belicht juist die aspecten van het beroep van tuinarchitect.
Een beroepscontext tuinarchitect dus.
Een onderzoeker die gelden voor een onderzoek wil lospeuteren bij het NWO zal beslagen ten ijs moeten komen. Zo zal er bijvoorbeeld een duidelijke omschrijving moeten zijn van de te beantwoorden vraag en de te gebruiken methode. In deze context worden deze onderdelen van het uitvoeren van een onderzoek aangeleerd en geoefend.
Een wetenschappelijke context NWO subsidieaanvraag dus.
In de toets krijgen de leerlingen een artikel voorgelegd uit het Tijdschrift voor Verpleeghuisgeneeskunde. Dat moeten zijn beoordelen op onderzoeksmatige kwaliteit.
Een wetenschappelijke context peer reviewen van een artikel dus