Interview met Sander Voormolen - wetenschapsredacteur | 12-06-2009 |
| Naam: | Sander Voormolen |
| Leeftijd: | 35 jaar |
| Studie: | Biologie aan de Universiteit Utrecht |
| Functie: | Wetenschapsredacteur |
| Sinds: | 2000 |
| Bedrijf: | NRC Handelsblad |
| Plaats: | Rotterdam |
‘Ik ben in 1993 afgestudeerd als bioloog aan de Universiteit Utrecht. Ik heb wel altijd iets met schrijven gehad, daar wilde ik wel iets mee doen. Tijdens m’n studie heb ik in de redactie van het studentenblad van de faculteit biologie gezeten. Zo is het langzaam verder gegaan. Ik ben eerst gaan freelancen voor Bionieuws. Toen ben ik vervangende dienst gaan doen bij de stichting Biowetenschappen en Maatschappij, ook in de richting van schrijven over biologie. Ondertussen heb ik ook nog gefreelanced en toen heb ik gesolliciteerd bij Bionieuws en werd daar aangenomen. Dat was eigenlijk toevallig, omdat ze daar net een hele nieuwe redactie aan het samenstellen waren en dus veel mensen nodig hadden. Ook in die tijd heb ik nog gefreelanced voor het Algemeen Dagblad en wat grotere opdrachtgevers. Zo ben ik nog wat verder gegroeid en uiteindelijk bij het NRC Handelsblad in dienst gekomen.
Ik vind twee dingen heel belangrijk in een baan. Vrijheid - dat je steeds je eigen richting kan bepalen en uitdaging. Er moeten wel steeds nieuwe dingen op je weg komen. Die twee dingen vind ik hier ook wel terug. Maar het klinkt misschien gek, hoewel je hier steeds met nieuwe dingen te maken hebt kan dat ook soms wel een sleur worden.
Mijn functie als wetenschapsredacteur houdt natuurlijk in de eerste plaats het schrijven van artikelen in. Iedereen hier op de redactie heeft z’n eigen vakgebied, en ik doe de biologie en technologie. Ik kijk altijd de vakbladen zoals Science en Nature na of daar interessante onderwerpen in staan. Vervolgens ga ik daar meer informatie over zoeken en soms ook deskundigen interviewen. De wetenschapsbijlage heeft maar vijf pagina’s dus er moet een selectie van de onderwerpen plaatsvinden. Er zijn eerder te veel dan te weinig leuke onderwerpen. Ook heb ik nog een aantal freelancers die stukken aanleveren. Ik zorg ervoor dat hun bijdragen worden afgehandeld en gecorrigeerd. Verder ben ik eens in de vier weken verantwoordelijk voor de eindredactie van het wetenschapskatern.
Elke dag is verschillend, je weet soms niet wat je kan verwachten. Er kan zomaar iets gebeurd zijn waarop je moet inspringen, maar dat onverwachte vind ik juist wel leuk. Minder leuk is dat je altijd maar weer stukken moet schrijven. Dat klinkt misschien vreemd, maar er zijn een aantal verplichte onderwerpen. Als er weer ergens gekloond wordt, dat moet ik weer helemaal gaan uitleggen wat klonen is. En altijd weer die discussie over genetische manipulatie, dat komt altijd weer terug. Maar er zijn natuurlijk ook hele leuke dingen. Biologie is een zeer breed vakgebied waarbij je steeds over andere onderwerpen schrijft. En je komt ook nog eens ergens als je mensen gaat interviewen. Verder is het heel leuk dat ik voor een groot deel m’n eigen onderwerpen kan bepalen.
Ik wil voorlopig hier nog wel blijven werken, alleen weet ik niet of dat eeuwig bij de wetenschapsredactie zal zijn. Het is hier binnen de krant zo dat mensen vaak rouleren van de ene deelredactie naar de andere deelredactie. Misschien dat ik over een paar jaar bijvoorbeeld bij de buitenlandredactie terechtkom, maar dat is nog onduidelijk.
Wat belangrijk is voor een functie als deze is dat je flexibel en nieuwsgierig bent. En je moet natuurlijk goed kunnen schrijven, dat spreekt voor zich. Ik heb ooit nog twee cursussen wetenschapsjournalistiek voor gevolgd, maar het meeste leer je gewoon in de praktijk.
Als je op zoek bent naar een baan is netwerken heel belangrijk denk ik. Voor deze richting is het verder van belang om eens te gaan freelancen. Zonder freelancen kun je een baan als wetenschapsjournalist wel vergeten, je moet eerst ervaring opdoen.’