Carrière>>Onderzoek>>Werkgevers

Werkgevers doen aanbevelingen via NIBI onderzoek

15-05-2009

Het NIBI deed in de periode oktober 2008 tot maart 2009, in opdracht van de biowetenschappelijke opleidingen in Nederland, onderzoek naar de behoeften van werkgevers die biowetenschappers in dienst hebben en nemen. Het werkveld voor startende biowetenschappers blijkt heel breed: van onderzoeksinstellingen tot communicatie organisaties.

 

 

Uit dit NIBI onderzoek komen komen de volgende aanbevelingen van werkgevers aan de biowetenschappelijke opleidingen in Nederland naar voren:

1.      Informeer studerende biowetenschappers al vroeg in de studie over de wensen van het werkveld, zowel binnen het onderzoek als daar buiten. Dit biedt ze de mogelijkheid om hun studie zo in te richten dat deze zo goed mogelijk aansluit op het biowetenschappelijk werkveld.

2.      Besteed in de opleiding ruim aandacht aan de vaardigheden die werkgevers categoriebreed belangrijk vinden: samenwerken, projectmatig werken, inter- en multidisciplinair denken en werken, nieuwe kennis eigen maken, zelfstandig werken en organiseren.

3.      Zorg dat de expertisegebieden van de biowetenschappen in Nederland breed gedekt blijven; maak hiervoor als biowetenschappelijke opleidingen landelijk onderling afspraken. Hierdoor blijft er voor studenten aanbod om te voldoen aan specifieke kennisbehoeften van werkgevers.

4.      Bied additionele kennis aan via minoren en ontwikkel deze eventueel in samenwerking met het werkveld. Werkgevers hebben bijvoorbeeld behoefte aan: kennis op het gebied van planologie, hydrologie en geologie, wetskennis en kennis van beleid en bestuur.

5.      Laat studenten tijdens de opleiding hun presentatievaardigheden goed ontwikkelen, zowel mondeling als schriftelijk. Werkgevers hechten groot belang aan het kunnen presenteren voor zowel experts als leken en aan overtuigend kunnen schrijven. Voor beide is het goed kunnen inschatten van de doelgroep erg belangrijk.

6.      Laat de student kennismaken met de beroepspraktijk via een stage buiten de universiteit, bijvoorbeeld bij een bedrijf, in het beleid of bij communicatie organisaties in binnen- of buitenland. Hierdoor komen ze in aanraking met andere werkvormen dan die gangbaar zijn in de academische wereld.

7.      Ontwikkel naast onderzoeksmasters bijvoorbeeld speciale duale masters, gericht op werken en leren. Dit maakt het studerende biowetenschappers gemakkelijker een onderzoeksstage te combineren met een branche gerichte stage.

8.      Gebruik het werken in projecten tijdens de studie om specifiek aandacht te besteden aan omgaan met financiën, aan werken in multidisciplinaire groepen en aan ondernemerschap.

9.      Geef alle studenten een goede basis in het uitvoeren van biowetenschappelijk onderzoek, ook als ze specifiek voor een master communicatie of beleid hebben gekozen. Werkgevers hebben categoriebreed behoefte aan biowetenschappers met vakkennis.

10.  Draag als opleiding uit wat universitair biowetenschappelijk afgestudeerde bachelors en masters aan bagage hebben qua kennis, attitude en vaardigheden.

Het onderzoeksrapport laat ook zien wat de werkgevers missen aan kennis, vaardigheden en attitude bij startende biowetenschappers door informatie te geven over het opleidings- en begeleidingstraject van starters. Bekijk hier het uitgebreide onderzoeksrapport (pdf-file).

Terug